Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
De onbekende kanten van kunstenaars - Dubbeltalenten in de 19e en 20ste eeuw

Veel kunstenaars benaderen hun vak op puur ambachtelijke wijze. Voor hen is kunst primair een technische discipline die gekenmerkt wordt door een vakkundige bewerking van bepaalde materialen en een vaardige beheersing van bijzondere technieken. Dit zijn over het algemeen uiterst bekwame kunstenaars. Daarnaast zijn er echter ook kunstenaars die in de eerste plaats een eigen visie willen uitdragen. Zij beperken zich zelden tot één discipline; meestal zijn dat de dubbeltalenten, die zich laten gelden op diverse terreinen van kunst.

Theo van Hoytema, stoel
Creativiteit als geesteshouding
Het is geen nieuw verschijnsel; schrijvers die gaan schilderen, schilders die gaan beeldhouwen, beeldhouwers die gaan tekenen, tekenaars die gaan schrijven. Veel kunstenaars ontwikkelen in de loop van hun leven een belangstelling voor andere disciplines dan waarbinnen zij aanvankelijk werkten. Dat is op zichzelf niet verwonderlijk, want creativiteit is geen aangeboren talent, zoals een taalgevoel of een aanleg voor tekenen; het is een geesteshouding die men kan ontwikkelen uit het streven naar oorspronkelijkheid in denken en handelen. En als een kunstenaar zich deze geesteshouding op een gegeven moment eigen heeft gemaakt wordt de uitdaging om zich in meerdere disciplines te uiten onweerstaanbaar groot. Met als gevolg de meest uiteenlopende en onvermoede kunstwerken.

Theo van Hoytema, kapstok
Meubels van Theo van Hoytema
Theo van Hoytema (1863-1917) is vooral bekend van zijn grafiek; vrije grafiek met voorstellingen van planten en dieren, toegepaste grafiek voor ex-librissen, affiches en kalenders en prentenboeken zoals ‘Het lelijke jonge eendje’en ‘Uilengeluk’. Maar daarnaast heeft hij ook aardewerk en meubels versierd. De decoraties van de meubels, vooral stoelen, banken, kamerschermen en kapstokken, werden door Van Hoytema uitgevoerd in houtsnijwerk. Uit overlevering is bekend dat de te versieren panelen voor het decoreren in verschillende kleuren gepolitoerd werden. Bij het uitsteken van de decoraties kwam zo het blanke hout weer tevoorschijn. Bij de meeste bewaard gebleven meubels is dit kleureffect in de loop der jaren verdwenen, maar als gestileerde lijntekeningen zijn de versieringen nog steeds buitengewoon fraai.

Theo van Hoytema, stoel
Willem van Konijnenburg als kunsttheoreticus
De kunstwerken van Theo van Hoytema zijn uniek, maar zijn veelzijdigheid pastte in de tijdgeest van de periode rond 1900. Mede onder invloed van de ‘Arts & Crafts Movement’van de Engelsman William Morris vond er in die dagen een herwaardering van kunst en ambacht plaats, met als gevolg dat meerdere kunstenaars gingen experimenteren met voor hen nieuwe materialen en technieken. De meubelontwerper Gerrit Willem Dijsselhof (1866-1924) legde zich toe op het batikken en op de houtsnede, de schilder Chris Lebeau (1878-1945) ging onder meer glaswerk en textielpatronen maken, de architect H.P.Berlage (1856-1934) ontwierp boekomslagen en edelsmeedwerk en zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Maar de veelzijdigheid van de kunstenaars beperkte zich destijds niet tot de praktijk alleen. Zij meenden dat alleen zij, als kunstenaars, het benodigde verfijnde gevoel hadden om met recht over kunst te kunnen oordelen, met als gevolg dat velen van hen, zoals de schilders H.J.Haverman, Willem Witsen, Maurits van der Valk en Eduard Karsen, ook kunstkritieken gingen schrijven. De schilder Willem van Konijnenburg (1868-1943) ontwikkelde zelfs allerlei hoogdravende kunsttheorieën betreffende ethiek en esthetiek op grond waarvan hij zowel de klassieke beschaving, als de Japanse kunst, als de ‘moderne’impressionistische kunst meende te kunnen doorgronden. Zijn boeken “De aesthetische idee” en “De waarde der Impressionistische schilderkunst” zijn fascinerende tijdsdocumenten, maar doorstaan de huidige toets der kunsthistorische kritiek amper.

De kalligraaf en typograaf Joop Moesman.
Ook in de twintigste eeuwse kunst zijn er diverse voorbeelden te vinden van gerenommeerde kunstenaars die zich op vaak onbekende wijze artistiek hebben geuit. Wist u dat de schilder Toon Kelder (1894-1973) prachtige beelden heeft gemaakt die aan het werk van Constanton Brancusi doen denken? Kent u de schilderijen van de keramist Klaas II Mobach (1893-1976)? Of de expressionistische tekeningen en schilderijen van de Katholieke beeldhouwer Steph Uiterwaal (1889-1960)? Stuk voor stuk exemplarische staaltjes van artistieke veelzijdigheid. Eén van de meest tot mijn verbeelding sprekende voorbeelden van een dubbeltalent is de Utrechtse surrealist Joop Moesman (1909-1988). Zoals het een echte surrealist betaamt werd het leven van Moesman beheerst door veelal sexueel getinte frustraties die in zijn werk magnifiek tot uiting kwamen. Zijn schilderijen deden in het keurig aangeharkte Nederland van de jaren ‘50 en ‘60 dan ook veel stof opwaaien. Hierdoor verloor men uit het oog dat Moesman ook een groot kalligraaf was. Weliswaar waren zijn teksten inhoudelijk vaak net zo bizar als de voorstellingen op zijn schilderijen, maar hun vormgeving was meesterlijk afgewogen. En daarnaast experimenteerde Moesman, onder zijn pseudoniem ‘Ton van Zuilen’, graag met allerlei druktechnieken, wat onder meer resulteerde in zijn ‘Ornaprentenboek’, waarin hij idiote voorstellingen samenstelde uit verschillende ‘ornamenten’, lees- en lettertekens. Een bibliofiel pareltje.

Alain Teister, kruis
De kruizen van Alain Teister
Minstens zo curieus is de beeldende kunst van Jacques Boersma (1932-1979). Hij maakte halverwege de vorige eeuw vooral naam als kunstcriticus van een landelijk dagblad en publiceerde onder de naam Alain Teister als schrijver en dichter in o.m. Podium, Tirade en Hollands Weekblad. Maar hij was opgeleid als schilder. Zijn stijl was surrealistisch, evenals dat van zijn oudere plaatsgenoot Moesman. Zijn frustratie betrof in belangrijke mate het Rijke Roomse Leven waarin hij geboren was. Dit milieu was voor deze kunstenaar, die in veel opzichten deed denken aan een negentiende eeuwse bohémien, veel te bekrompen. Het leverde hem echter wel de inspiratie op voor een fantastische serie kruizen, gemaakt uit veelal gevonden materialen. De gekruisigde figuur is meestal een naakt, dik mannetje met zwart, sluik haar en een sik, dat verdacht veel lijkt op de kunstenaar zelf. Het is het werk van een veelzijdig kunstenaar die ongebonden wilde leven en deze visie ook in zijn kunst tot uitdrukking bracht. Voor kunstenaars als hij is zelfs de benaming ‘dubbeltalent’ nog te beperkt.
De getoonde afbeeldingen maken deel uit van de tentoonstelling DUBBELTALENTEN in Pygmalion Beeldende Kunst te Maarssen. De tentoonstelling duurt van 2 september t/m 16 december 2007 en is geopend van vrijdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00 uur.
COPYRIGHT 2007 drs. Jaap Versteegh, alle rechten voorbehouden
Niets uit dit artikel, inclusief begeleidende illustraties, kan of mag gereproduceerd worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurrechtelijke houder.
- 7-8-2007
Was it of interest? Why not share it with others!

